- Posted on
- Thijs Afman
De Groepstransportovereenkomst (GTO): systeemoplossing met scherpe randen
De Groepstransportovereenkomst (GTO) wordt vaak gepresenteerd als dé doorbraak voor netcongestie. Samen delen, slimmer benutten, ruimte creëren. Dat beeld klopt — maar slechts gedeeltelijk.
De GTO is geen generieke oplossing. Het is een zwaar instrument, dat diep ingrijpt in techniek, governance, aansprakelijkheid en planning. Wie dat onderschat, loopt vast.
Bij Green Grid Solutions werken we inmiddels aan meerdere energiehubs waarin de GTO een rol speelt. Juist daarom zien wij zowel de potentie als de frictie.
Wat de GTO fundamenteel anders maakt
De GTO draait niet om papier, maar om netfysica. Meerdere grootverbruikers (aansluiting >60kVA) leveren hun individuele transportrechten in en krijgen gezamenlijk groepsvermogen terug. Binnen die groep mag je onderling schuiven, zolang het netto groepsprofiel binnen de afgesproken grenzen blijft.
Dat klinkt logisch, maar betekent in de praktijk:
- Je ruilt individuele zekerheid in voor collectieve verantwoordelijkheid
- Je maakt je afhankelijk van het gedrag van anderen
- Je verschuift risico’s van netbeheerder naar groep
De GTO is dus geen uitbreiding van rechten, maar een herverdeling van verantwoordelijkheid.
De eerste harde beperking: niet iedereen mag meedoen
De GTO is niet vrij toepasbaar. Met als belangrijke beperkingen:
- Alleen grootverbruikersaansluitingen
- Specifieke aansluitcategorieën (A3–A7)
- Fysieke nabijheid op hetzelfde netdeel
- Geen garantie dat combinaties worden toegestaan
- Netbeheerder behoudt beoordelingsruimte
Met andere woorden: “Samen willen” is onvoldoende — het net moet het ook (technisch) aankunnen. En die toets is niet transparant of uniform per regio.
Interessant: experimenteerruimte (pilots) maakt nieuwe combinaties mogelijk
Wat we inhoudelijk interessant vinden in de ACM-aanpassingen: er komt expliciete ruimte om te testen of bredere groepsvorming goed kan werken.
Naast de standaard groepen (bijv. A.3–A.5 onderling, A.6 onderling, A.7 onderling) is het mogelijk gemaakt dat — als de netbeheerder dit aanbiedt — A.3–A.5 samen met A.6-invoeders een groep kunnen vormen. Dat vraagt nog onderzoek en goede randvoorwaarden, maar juist hier zit potentie voor energiehubs: verbruik en invoeding in één systeem ontwerpen, met echte sturingslogica.
Een GTO staat of valt met data.
Netbeheerders bepalen het groepsvermogen op basis van:
- Historische kwartierdata
- Gelijktijdigheid van afname en invoeding
- Verwachte groei en concrete toekomstplannen
Bij het bepalen van het groeps-GTV wordt voortaan gekeken naar de historische jaarprofielen van de afgelopen 24 maanden, in plaats van 12 maanden (ontwerptekst GTO ACM).
Nieuw is dat concrete toekomstplannen die binnen drie jaar worden gerealiseerd verplicht moeten worden meegenomen bij het bepalen van het gecontracteerde transportvermogen (GTV) van de groep. Dit is een wezenlijke stap. De GTO kijkt daarmee niet alleen achteruit, maar ook vooruit. Dat sluit beter aan bij de praktijk van herontwikkeling, elektrificatie en gefaseerde groei.
Probleem: Veel bedrijven hebben hun data niet op orde. Of hun toekomstplannen zijn ambitieus, maar niet hard. Wat is het gevolg:
- Conservatief toegekend groepsvermogen
- Minder ruimte dan verwacht
- Teleurstelling ná contractering
De GTO straft wensdenken af.
Governance: het meest onderschatte risico
De grootste haken en ogen zitten niet technisch, maar organisatorisch. Vragen die vooraf beantwoord móeten worden:
- Wie is gemachtigde en waarvoor precies?
- Wie draait op voor overschrijding?
- Wat gebeurt er bij uittreding?
- Hoe verdeel je kosten én baten?
- Wat als één partij groeit en de rest niet?
Zonder harde onderlinge afspraken wordt de GTO geen oplossing, maar een conflictmodel. Een energiehub is geen vriendengroep. Het is een economisch systeem. Denk hierbij ook aan het verzekeren van realisatie, operatie en aansprakelijkheden.
Planning: waarom GTO’s zelden “snel” zijn
In theorie is de GTO beschikbaar. In de praktijk zit er structurele vertraging en de oorzaken zijn:
- Netbeheerders zitten in implementatiefase
- Toetsingsprotocollen zijn nog in ontwikkeling
- Capaciteitsberekeningen kosten tijd
- Iteraties met data en scenario’s zijn normaal
Daarom geldt:
Wie de GTO inzet als laatste redmiddel, is meestal te laat.
De GTO hoort vroeg in gebiedsontwikkeling, niet als noodverband achteraf.
Financiële prikkels: slim, maar niet vrijblijvend
De tariefstructuur stimuleert gezamenlijk gedrag. Maar dat werkt alleen als de groep ook stuurbaar is. Dus zonder:
- gezamenlijke monitoring
- actieve sturing (bijv. opslag of flexibiliteit)
- operationele afspraken
blijft het voordeel theoretisch. De GTO beloont samenwerking, maar bestraft passiviteit.
Tot slot
De echte vraag is niet: “Kunnen we een GTO afsluiten?” Maar: “Is dit het juiste systeemontwerp voor deze plek, deze partijen en deze timing?”
Werk je aan een energiehub, herontwikkeling of vastgelopen aansluiting? En wil je voorkomen dat je pas leert waar de haken en ogen zitten nadat het contract is getekend? Dan praten we graag verder!
